Wie zal er voor de gekke ideeën zorgen?

grijs, regenachtig landschap met daarin een kind in rugaanzicht dat een hoop kleurige ballonnen vasthoudt

‘Wie zal er voor de kinderen zorgen? Wie smeedt voor hen het plan van morgen?’ zong Gorki.

De Live Aids en Band Aids van deze wereld, natuurlijk. Dus die zijn min of meer gecoverd. Oké.

Maar wie zorgt er voor de gekke ideeën?

De gekke ideeën die in onze gedachten opduiken, vol belofte, vol kracht, jeugdig en fris als daglicht. Het nieuwe leven dat zich laat zien. De vonk van de hoop. Vuur dat oplaait.

… Maar die dan spoedig afgedankt worden, in de steek gelaten, verstoten… Tot ze eenzaam gaan rondzwerven, verfomfaaid, in lompen schichtig de straten van onze geest langs sluipend.

Verloren. Uitgebannen. Alleen.

Heb medelij.

Zo gretig verwelkomd, zo gezwind verjaagd. Welk een hardvochtig lot zijn onze gekke ideeën beschoren.

Als wij niet voor ze zorgen, wie dan wel?

Zoveel bedreigingen liggen op de loer. Zoveel predatoren hebben het op ze gemunt. Realisme. Pragmatisme. Fatalisme. Defaitisme. Cynisme. Efficiëntie.

Alles om een gek idee de grond in te boren. Alles om het in de kiem te smoren nog voor het goed en wel ontspruit.

‘Och, het zal wel,’ zeggen de mensen. En ze doen voort zoals ze deden.

Weer een gedachtewees. Weer een zielsverschoppeling.

Weer een ouderloos verlangen.

Iémand moet het voor ze opnemen. Waarom wij niet? Waarom jij niet?

Stel nu eens dat we elk gek idee een thuis gaven. Hoe klein ook, hoe bescheiden ook. Maar warm genoeg. Met eten op de stoof.

Dat we zouden zeggen: ‘Welkom! Wat een fantastische toevoeging aan de schepping ben jij.’

Dat we ze zouden voeden, koesteren, bewaken, bewaren.

En op een dag breken ze misschien los en gaan ze hun eigen leven leiden.

En dan wordt de wereld weer een stukje eigenzinniger, kleurrijker, opener, hoopvoller... gekker.

Als je nog eens gek idee tegenkomt, in je hoofd of dat van iemand anders, hou het dan stevig vast. Verdedig het. Met hand en tand. Het heeft al tegenstanders genoeg.

Zorg dat je minstens één vriend hebt die je gekke ideeën rücksichtslos steunt. Die niet begint van ‘ja, maar’. ‘En is dat wel realistisch?’

Of probeer zelfs eens dit motto: elk gek idee moét – op een of andere manier, in welke proportie dan ook – uitgevoerd worden.

Word de Ebenezer Scrooge van je verlangens.

Vorige
Vorige

Doen wat je wil… heeft gevolgen – en dat is oké

Volgende
Volgende

Toch nog eens over ‘hard werken’