Harder dan je kunt
Werk je écht zo hard als je kunt?
Ow! Voel je lichte paniek opkomen bij deze vraag? Alsof je betrapt bent? Een tinteling van schuldgevoel?
Want je zegt wel ‘ik werk zo hard ik kan’ en je wil het heel graag geloven, diep vanbinnen. Maar ergens weet je: het kan toch altijd nog harder…? Ik kan toch altijd nog beter mijn best doen?
‘Aha, busted!! Komaan! Harder, better, faster’… zou je nu horen van een hippe trainer, ‘transformeer jezelf’-goeroe of militaire overste. ‘Links, rechts, links, rechts! Push yourself to the limit!’
Gelukkig spreekt tot u geen van die.
Het lijkt wel alsof we met z’n allen in slechts één richting kunnen denken: alsmaar meer. Vanaf ‘gemiddeld’ of ‘gewoon goed’ is er maar één weg mogelijk, en dat is naar ‘beter’. En vandaar naar ‘best’. Want alleen daarvoor doen we het. Obsessieve prestatiecultus.
Maar merkte je al dat ‘het beste’ verschrikkelijk moeilijk te meten of te constateren valt? Wanneer beland je daarbij aan? Wanneer je die prestigieuze job te pakken hebt? Dan lonkt aan de einder weer een prestigieuzere job.
Inderdaad, ‘het beste’ is een constant terugwijkende horizon. Verdomd vermoeiend.
En dus zijn we niet in staat de vraag ‘Werk je zo hard als je kunt? Doe je écht je best?’ – en al zeker als we die aan onszelf stellen – anders te beantwoorden dan met een licht stamelend: euh, ja, nee, eigenlijk niet… Er kan steeds een tandje bij, ’t is waar…
Hear me out.
Niet alleen is de kans reëel dat je wel degelijk zo hard werkt als je kunt. Ik durf daarenboven te wedden dat je in werkelijkheid al een poos HARDER bezig bent DAN JE KUNT.
We zijn zo blind en bang voor die àndere richting – terug naar af, ‘stilstaan is achteruitgaan’, ‘opgestaan is plaats vergaan’… – dat we ons nauwelijks het volgende kunnen voorstellen als antwoord op bovenstaande vraag:
‘Nee, ik vrees dat ik niét zo hard werk als ik kan… Ik werk in feite al een hele tijd HARDER DAN IK KAN.’
Dat weeë gevoel van tekortschieten toen je de vraag in het begin las? Die knoop in je maag? Die vertellen je mogelijk iets helemaal anders dan ‘ik doe niet genoég mijn best’.
Die zeggen je wellicht: ik doe al een tijdlang te véél mijn best – meer dan goed is voor mij.
Want zo voelt ‘erover gaan’ dikwijls: als ‘nooit genoeg’.