Ideeën uit de grote grabbelton der filosofie die behoorlijk heilzaam kunnen zijn voor het gemoed en in het algemeen ter verlichting van de existentiële kramp, deel I
Het bestaan is absurd en daarom kun je maar beter zoveel mogelijk beleven (Camus).
→ Komt ongeveer neer op: amuseer je nu maar een beetje.
Het leven is zinloos. Je wordt geboren, loopt een paar keer verloren in je eigen straat, je sterft. Done.
Het dient tot niks, leidt nergens naartoe en vervolgens is er weer een gapende leegte – point final.
Vrolijke peren, die existentialisten.
En toch, ga maar even na: wat wil je dan? Dat er een soort van Groot Plan is?
Persoonlijk vind ik Grote Plannen doorgaans eng, en de mensen die ze smeden. Ik hou veel meer van kleine plannetjes.
Stukje bij beetje dingen uitvogelen, iets uitproberen en dan evalueren: ’t Is toch niet wat het moet zijn, laten we iets anders doen. Hop, opnieuw.
Zoiets is vaak serieus vermoeiend en frustrerend, maar hier is het ding, zegt onze vriend Albert Camus: we zijn als Sisyphus, die voor eeuwig een rots tegen een berg moet opduwen om vervolgens te zien hoe deze weer naar beneden rolt.
Dat klinkt als een wreed lot. Maar alleen omdat we denken in termen van ‘bereiken’ en ‘vervolmaken’. Een overblijfsel van onze christelijke verlossingsmindset, allicht: ‘No worries people, op een bepaald punt gaat het allemaal de moeite waard blijken!’
Niet, dus. Het blijf gewoon douwen en zweten en eenmaal je een beetje op adem komt, dondert de ganse reutemeteut weer in elkaar.
Camus weigert er echter zijn blijmoedigheid aan te laten inschieten.
‘Enjoy the view!’ zegt hij. (Welja, ik parafraseer.) Wat kun je doen? Ga maar gewoon zoveel als je kunt meemaken, indrukken opdoen, ervaringen verzamelen. Maak lol.
Het is de keer naar buiten: in plaats van je intern te zitten beklagen over je droevig fatum, kijk rondom je. Ga wat uitvreten. De wereld is groot genoeg.
We vinden dat verschrikkelijk, dat van die rollende rots. We zien Sisyphus zich telkens voor de kop slaan, radeloos: eurgh, niet nog eens…
Camus daarentegen stelt zich Sisyphus voor als GELUKKIG terwijl hij bergafwaarts zijn rots achterna rent: ‘Jochei!’
‘Nu kan ik weer iets nieuws beginnen.’