Plichtsgevoel
Niet alleen is het een lelijk woord – ‘plichtsgevoel’: smaak even hoe je het half-brakend voorbij je lippen moet persen.
Het is ook nog eens een naar ding.
Hoeveel levensdrift sneuvelde er al niet op het altaar van dat oh zo verheven plichtsgevoel?
Hoeveel tijd die anders vreugdevol en gezellig en frivool had kunnen besteed worden, is al niet het zinkgat der inexistentie ingeslurpt omwille van – eurgh – dat vermaledijde, gewijde plichtsgevoel?
‘Ja, maar, ik moet dat doen, het is mijn taak.’
Is it, really?
Laat me raden, niemand anders gaat het doen, juist? Jij moet de meubelen redden. Als jij niet in actie schiet, gebeuren er spoedig rampen. Deze opdracht komt jou en jou alleen toe. Het lot van het universum ligt in jouw handen.
Let op, zometeen klapt de kosmos in elkaar enkel omdat jij tekortgeschoten bent. Omdat je dat taakje waarop zogezegd jouw naam gekribbeld stond, niet hebt volbracht.
Dus blijf je nog maar even doorwerken, eerst nog dit, dan nog dat… Of je draaft van familielid A naar vriend B en vervolgens naar kennis C, want daar liggen ook nog wat werkjes op je te wachten. Je voelt je immers verplicht.
Het idee dat je evengoed op datzelfde moment gewoon in je zetel zou kunnen ploffen – mocht je daar nood aan of zin in hebben, stel je voor – komt niet in je op.
Of dat je iets plezants zou kunnen doen voor jezelf. Go-carten, bloemschikken, overdag naar de cinema. Ik noem maar wat. Wie denkt daar nu aan als de plicht roept?
Nee, al die vrolijkheid, al die levenslust, die moet gesmoord worden in de diepvries van het – speekseldraad-alert! – pfwlichtsgevoel.
Een zwart gat dat alle energie opslorpt.
En het verraderlijke is: het LIJKT zo vanzelfsprekend. Want het is nu eenmaal PLICHT, niet? Of Pflicht, in het Duits, dat klinkt nóg strenger. Daar kún je toch niet buiten? Daar moét je toch aan gehoorzamen?
Ja, soms hebben we moreel gezien een plicht. Om het karwei uit te voeren dat ons wel degelijk is toegewezen. Om een mens in nood te helpen. Om tout court te proberen het goede te doen.
Maar ons zogenaamde plichtsGEVOEL? Die radar staat wel vaker eens verkeerd afgesteld.
Véél te ruim, in de regel.
Ik vond het mijn plicht om dat even te zeggen.